Ze is gepest.
Haar lijf en geest dragen de sporen.
Nooit heeft ze er bij gehoord.
En het verlangen is en was zo groot….
In de intake nemen we de mogelijkheden door.
Individuele therapie of groepstherapie.
Het is gelijk duidelijk. Ze wil zeker niet in een groep.
Natuurlijk niet…

We gaan individueel aan het werk. Millimeter werk.
Als er zulke diepe wonden zijn geslagen wordt herstel zwaar bevochten.

Na een periode breng ik opnieuw de optie van groepstherapie naar voren.
Werkelijke heling vindt plaats binnen de gemeenschap.
Daar waar het zo beschadigd is geraakt.
Ze durft niet. Ze vertrouwt het niet.
Natuurlijk niet…

We werken door.
Aan het diepe verdriet dat ze van jongs af aan zo onbegrepen is geweest.
Sociaal onhandig heette het.
En eerlijk is eerlijk, ze is bij tijden zeker onhandig in hoe ze contact maakt.
Juist dat onder ogen zien en in het contact hier-en-nu uitwerken geeft mogelijkheden tot groei.

Langzaam ontstaat in haar ruimte om de optie van groepstherapie toe te laten.
Er is moed voor nodig om je opnieuw in een groep te begeven als je juist daar zo diep beschadigd bent geraakt.

Ze weet ook dat ze daar moet zijn.
Onder de mensen. Tussen de mensen. Bij de mensen.
Daar kan ze verder helen.
Zij weet het en ik weet het.
Na een hele tijd wikken en wegen tekent ze zich in voor groepstherapie.
Tot de dag van instroom twijfelt ze.
Ze wil niet. En ze verlangt zo.
Natuurlijk verlangt ze…

Maanden later.
Wippend op een zitbal, blosjes op haar wangen.
Ze haalt diep adem en zegt met vaste stem tegen haar groepsgenoten:
“Als ik iets doe wat jullie irriteert of wat onhandig is, willen jullie dat dan tegen mij zeggen? Ik wil graag leren en ik heb jullie daarbij nodig”.

“the wound is the place, where the light enters you”
(rumi)